Broers en Zussen, mensen rondom Jezus,

In 2008 kwam een kleine, zwarte, Zuid-Afrikaanse man, zo’n 1500 meest blanke Nederlanders toespreken. Ik was er een van. De opening van zijn toespraak was: WE ARE FAMILY! WE are family! We ARE family. We are FAMILY! Het was ds. Desmond Tutu die dit uitsprak, ja belijdde. En ik ben het nooit vergeten.

In deze weken worden we nadrukkelijk bepaald bij dit ‘family-zijn’: je ervaart dat je bij elkaar hoort, en wat dat aan warmte en creativiteit teweeg kan brengen. Wat eerst niet in ons opkwam, kan nu. Tegelijk weten we ook dat we vooral afstand moeten houden, willen we de ramp die ons kan treffen niet verergeren. En dan zijn, voor je het weet, de meest kwetsbaren het meest de dupe, ook onder ons. Ons grote respect gaat uit naar allen die nu de meest geïsoleerden van dit moment bijstaan in woord en daad.
Family-zijn is een vervreemdend besef: we willen wel maar mogen niet, of kunnen niet. Dat schrijnt en doet pijn, in onze eigen familieverhoudingen, maar ook in grotere verbanden. Binnen onze grenzen, maar ook daarbuiten: als dit virus in kamp Moria op Lesbos, of aan de Turkse grenzen, binnen sluipt en verder het grote Afrikaanse continent vergiftigt: wat dan? Daar is hulp en menselijkheid van buiten af nu al een zeer schaars goed. Je moet er niet aan denken!

Het bemoedigende van de Stille Week is dat we een – dit jaar, haast onzichtbare - weg gaan als ‘broeders en zusters’. Mogelijk wel meer als een echte mensenfamilie, dwars door scheidingsmuren heen. Het is de weg van donker, zelfs diepste duister op de Goede Vrijdag, naar het verblindende witte licht van de Paasmorgen. Juist nu zijn we in het spoor van Jezus verbonden met hen die geen Helper hebben. Mogen we in onze gebeden als ‘family op afstand’ bij hen zijn!
We delen deze weg met velen binnen en buiten de kerk in de zeggingskracht en helende kracht van zang en muziek. Bijvoorbeeld in die van de Mattheus Passion die vertelt van mensen die op het scherpst van de snede, de kracht en kwetsbaarheid van hun broer Jezus niet verdroegen of hem in de steek lieten.

We weten niet wat ons te wachten staat, net als de evangeliën vertellen van de reisgenoten van Jezus. We weten van het duister, maar wat is nu het Licht? We delen nu de roep naar de Liefdevolle van wie we iedere zondag zeggen, nee: belijden, dat Hij ‘onze hulp’ is.

Zo versta ik dat in de bede:
 

Erbarme dich Gott,
Erbarme dich
mein Gott
um meiner Zahren
Schaue hier
Herz und Auge weint vor dir bitterlich
 

Heer ontferm U!
Omarm me
mijn God
ik laat mijn tranen stromen,
luister, toe
hoe ik bitter huilen moet om U roep!

 

 

(vertaling: Ria Borkent)


een broederlijke groet, op gepaste afstand, van
ds. Teun Kruijswijk Jansen